Afdrukversie

Tunesië, Egypte, ... Voor een aflossing van de wacht zijn de arbeiders aan de beurt!

PDF - 130.5 kB

Hier kan een vlugschrift van vier bladzijden worden gedownload over de gebeurtenissen in Tunesië en Egypte:

Verspreid het verder!

 

 

“Dictators, rot op!”

 

De schokgolf van de volksbewegingen die door een serie Noord-Afrikaanse landen en het Midden-Oosten gaat jaagde Zine el-Abidine Ben Ali weg, sinds 23 jaar aan de macht, tezamen met zijn mafieuze Trabelsi-clan, en brengt ook de macht aan het wankelen van Mohammed Hosni Moebarak in Egypte, die toch al 29 jaar een door de internationale gemeenschap zeer gerespecteerd staatshoofd is.

Andere landen als Jordanië, Libanon, Syrië, Jemen; zelfs Saoedi-Arabië, Algerije, Soedan, Libië en Marokko zouden grote politiek omwentelingen riskeren en hun achtereenvolgende klieken nemen al, in een poging te redden wat er te redden valt, maatregelen tegen corruptie, voeren wat prijsverlagingen door, vervangen ministers of zelfs hele regeringen …

Een nieuwe generatie, goed opgeleid en voorzien van moderne communicatiemiddelen, “vreedzaam indien mogelijk, anders met geweld”, heeft de straat veroverd, daadwerkelijk de politie verslagen ten koste van honderden doden, en eist een einde aan de ellende en de onderdrukking; en, vooral, het vertrek van de “dictators” met hun corrupte regimes.

Er is iets nieuws opgedoken in Tunesië, Egypte en elders: de jeugd, de bevolking in het algemeen, is niet langer bang om te manifesteren en heeft ook geen angst voor de repressie: “Beter ergens voor te sterven dan nergens voor te leven”. De generatie van de 21ste eeuw lijkt een einde te willen maken aan de regimes van de 20ste.

Het is een situatie vol van tegenspraken:

– Tot nu toe lijkt de arbeidersklasse als zodanig niet meer dan een tweederangs rol te hebben gespeeld, en zou er zelfs toe neigen op te gaan in “de bevolking” in het algemeen [1].

– Als gevolg daarvan kunnen de grootmachten, vooral de Verenigde Staten en de grote Europese landen, ondanks dat ze zich onbehaaglijk voelen, deze opstanden nog altijd voorstellen als gewone “democratische” bewegingen, met een vooruitzicht naar het voorbeeld van de vele “gekleurde en bloemen-revoluties” die we zagen na de ineenstorting van het Oostblok twintig jaar geleden. Een eenvoudige verwisseling van het regime zou alles gaan verbeteren in een maatschappij die niettemin diepgaand verdeeld blijft in sociale klassen.

In plaats van er niet méér in te zien dan een eenvoudige “jacht op dictators”, moeten we ons eerst afvragen voor welke uitdagingen deze bevolkingen staan, de arbeiders voorop.

 

Volksbewegingen tegenover de economische crisis

 

Waarom komen de onvrede en de woede op straat tot uiting, in oproer, revoltes en volksmanifestaties, in plaats van de vertrekken vanuit de plaats waar alle maatschappelijke rijkdom wordt voortgebracht: fabrieken, werkplaatsen en kantoren?

Eerstens omdat er een zeer hoge werkloosheid is, en een haast veralgemeende misère die stakingen heel moeilijk maakt. Maar ook door de wijze waarop de economische crisis zich in deze landen manifesteert: vooral in prijsverhogingen. Onder druk van het IMF en de Wereldbank zijn de staatssubsidies voor eerste levensbehoeften (meel, suiker, olie, …) en brandstoffen sterk verlaagd om deze economieën “concurrentiekrachtiger” te maken; wat neerkomt op een drastische verlaging van het levensniveau van de hele bevolking.

De economische crisis raakt vooral Europa en Noord-Amerika terwijl deze landen nog altijd betrekkelijk hoge groeivoeten weten te handhaven. Maar ze lijden ook onder de speculatie in grondstoffen als gevolg van dezelfde economische crisis en stijgende inflatievoeten om de staatsschulden te verminderen.

Zo wordt de crisis meer ondergaan als een probleem van prijzen en consumptie dan als een probleem van lage lonen als gevolg van uitbuiting op het werk.

 

De “revolutie van de waardigheid”

 

17 december 2010 wordt bij Mohammed Bouazizi, een jonge werkloze afgestudeerde, uit nood verkoper van groente en fruit, zijn handeltje andermaal door de politie in beslag genomen omdat hem een vergunning wordt geweigerd. Hij probeert zichzelf in brand te steken en overlijdt 4 januari. Geheel spontaan komen er jongeren op straat: tegen de prijsverhogingen, de werkloosheid, het gruwelijke verachting van de kant van de overheid. Zij eisen “recht op werk” en fatsoenlijke levensomstandigheden. Het oproer verspreidt zich van stad tot stad om zich uiteindelijk te concentreren in Tunis, de zetel van de regering.

Na weken van strijd en rebellie belooft Ben Ali 13 januari 2011 een nieuwe vrijheid van pers en politieke meningsuiting; hij verlaagt de prijzen van de producten voor de eerste levensbehoeften; hij belooft zelfs 300.000 arbeidsplaatsen te scheppen en niet langer kandidaat te zijn voor de geplande verkiezingen in 2014. Maar tegelijkertijd geeft hij de opdracht aan generaal Rachid Ammar om in de menigte te schieten. Wanneer die weigert, zet Ben Ali hem af. De generaal, zonder veel twijfel “op Amerikaanse aanbeveling” zet vervolgens de volgende dag op zijn beurt Ben Ali af en het leger bezet het vliegveld. Rachid Ammar “geeft de raad” aan Ben Ali, en maakt het hem vooral mogelijk, om op de vlucht te slaan richting Saoedi-Arabië. Frankrijk, zonder veel werkelijkheidszin, en niet op de hoogte gesteld door de “Amerikaanse vrienden”, wilde ondertussen volop politiematerieel en experts invliegen om de repressie voor Ben Ali iets minder bloedig te maken.

We kunnen voorbijgaan aan alle verwikkelingen rond het samenstellen van een nieuwe regering, met het verschijnen en weer verdwijnen van allerlei soorten “oppositionelen”. Een nieuwe regering wordt uiteindelijk gevormd door alle stromingen, behalve de stalinisten en de islamitische integristen, en vooral met als minister-president de oude Mohammed Ghannouchi, al elf jaar minister-president van de clan Trabelsi.

Kortom, over zes maanden worden er “vrije en democratische verkiezingen” gehouden, opdat de “Tunesische bevolking” nieuwe leiders-uitbuiters kiest. Weinig zal er veranderen, en de stoelendans om de baantjes is al begonnen. Op 5 februari schiet de politie opnieuw in de menigte, waarbij verschillende jongeren gedood worden.

Al tientallen jaren hebben de grootmachten onder het voorwendsel van “de stabiliteit in de regio” dictaturen ondersteund in hun strijd tegen het “integristisch islamisme” [2]. Diezelfde grootmachten hebben volop geprofiteerd van de repressie om te kunnen beschikken over een onderdanige en flexibele arbeidskracht tegen zeer lage prijs.

De Amerikaanse regering kwam tot de slotsom dat de mate van corruptie en inhaligheid van de clan Trabelsi gênant werd (vgl. de verslagen van ambassadeurs openbaar gemaakt door WikiLeaks); en, tegenover de volkswoede die naar andere landen dreigde over te slaan, leek het beter Ben Ali een duwtje in de goed richting te geven.

 

“Wij vertrekken niet, hij vertrekt!”

 

25 januari, “de Dag van de Woede”, begint het protest in Caïro en andere Egyptische steden (vooral Alexandrië et Suez), duidelijk naar het voorbeeld van de gebeurtenissen in Tunesië enkele werken daarvoor: in de manifestaties wordt er met Tunesische vlaggen gewapperd om Moebarak er voor te waarschuwen wat hem te wachten kon staan [3].
Het protest neemt de uiteindelijke slogans over van de beweging in Tunesië: tegen de onderdrukking, de politie-brutaliteit, de permanente noodtoestand, het gebrek aan vrijheid van meningsuiting en de corruptie. Maar achter die eisen is er eveneens hetzelfde oproer als in Tunesië tegen de werkloosheid, de prijsstijgingen, de onbewoonbare huisvesting, en de zeer lage lonen. Vanaf het begin worden al deze eisen samengevat in één enkele slogan: “Moebarak, rot op!”.

Tegenover een wel heel erg gewelddadige repressie kon het protest geen andere vorm vinden dan die van tegen-geweld. Er zijn confrontaties tussen manifestanten en de “ordehandhavingstroepen” in Caïro en Suez, en de politie aarzelt niet in de menigte te schieten. De manifestanten in meerdere steden steken daartegenover politiebureaus in brand. Manifestanten in Suez en in de Sinaï beginnen zich te bewapenen. Er wordt overgegaan tot massale arrestaties [4].

Vrijdag 28 januari zijn er de eerste massale bijeenkomsten in Caïro, Suez, Beni Suef, Mansoura, Manufiya en elders. Het regime probeert alle communicatiemiddelen af te sluiten: het televisiestation Al Jazeera, internet en mobiele telefoonnetwerken. Die avond in Caïro steken manifestanten de hoofdzetel van de NDP, de partij van Moebarak, in brand en andere gebouwen van het regime [5]. De politie met zijn traangas, rubberkogels en waterkanonnen volstaan niet meer. Het leger wordt ingezet, maar de avondklok die wordt ingesteld wordt niet nageleefd door de manifestanten. Er worden al 105 doden geteld [6]. Een vol miljoen toeristen begint uit dit land te worden geëvacueerd.

Niet in staat om de situatie anders te beheersen dan door een bloedbad te organiseren door middel van zijn “Bijzondere Veiligheidstroepen”, besluit het regime er tijdelijk toe alle “ordetroepen” tijdelijk terug te trekken. Massale plunderingen [7] en een veralgemeende onveiligheid waren het gevolg om het land te “destabiliseren” om de laatste slogan van alle onderdrukkers te rechtvaardigen: “Het is ons of de chaos”!

Maar de bevolking keert zich niet tegen de manifestanten. In plaats van toe te geven aan de chantage, waarbij “bescherming” wordt geboden in ruil voor “smeergeld”, worden er “wijkcomités” gevormd (een soort van burgerwachten) [8].

Vele fabrieken sluiten. Niet alleen om te voorkomen dat de arbeiders initiatieven nemen. Het is ook omdat veel arbeiders thuis blijven om hun gezinnen en bezittingen te verdedigen tegen plunderaars.

Diezelfde 28 januari voert Moebarak dezelfde traditionele manoeuvre uit die alle dictatoriale regimes gebruiken: enerzijds ontbindt hij zijn regering in een poging de woede tot bedaren te brengen, terwijl hij tegelijkertijd Omar Suleiman, de voormalige chef van de “Algemene Egyptische Inlichtingendienst” (de geheime dienst) tot vice-president benoemd (een post die eerder niet eens bestond). Bovendien nodigt hij een militair, Ahmed Shafik, uit om een nieuwe regering te vormen. Tenslotte kondigt hij aan geen kandidaat meer te zijn voor een nieuwe termijn als president voor de verkiezingen in september 2011.

Het leger vervangt de “Bijzondere Veiligheidstroepen”. De soldaten, zelf vooral gerekruteerd uit de arbeidersklasse, zijn er minder toe geneigd om in de menigte te schieten en hun bovengeschikten weten dat.

Dan zijn het de “pro-Moeburak” krachten die opduiken. Ze zijn samengesteld uit winkeliertjes die wild zijn geworden omdat hun “handeltjes” al een week niet goed meer liepen en omdat ze het risico liepen dat hun winkeltjes geplunderd werden. Het zijn ook handlangers die geronseld zijn in de krottenwijken en onder de meest misdeelden die bereid zijn zichzelf te verkopen aan de meestbiedende om het Vrijheidsplein “schoon te vegen”. Uiteindelijk zijn het vooral de flikken van Moebarak, in burger verkleed, die instructies uitdelen om het geweld te laten uitbarsten.

1 Februari wordt de “Dag van de Miljoenen” gedoopt; de grootste van alle manifestaties [9]. Twee extreem gewelddadige nachten volgen, met veel doden, en het leger is uiteindelijk verplicht de geweren te richten op wie het geweld provoceert. De “pro-Moebarak krachten” verdwijnen van straat.

De apotheose, voorzien voor 4 februari, en die “Vrijdag van het Vertrek” van de dictator is gedoopt, blijkt op een mislukking uit te lopen: ondanks een enorme manifestatie, blijft Moebarak zitten. Waarom?

De Tunesische afperser Ben Ali, president van een klein en niet-strategisch land, was vervangbaar voor de Verenigde Staten. Maar het is veel moeilijker voor ze om zich te ontdoen van Moebarak, de strateeg en peiler van de “Amerikaanse stabiliteit” in de regio. Barack Obama, die bleef zeggen dat het “aan de Egyptenaren was om te beslissen”, moest hem op zijn minst een “eervol afscheid” verlenen [10]. Als Moebarak oprotte riskeerde heel de buitenlandse politiek van de Verenigde Staten zijn geloofwaardigheid te verliezen, meer nog dan wanneer Moebarak bleef [11]. En alle leiders van de wereld wilden ook weer eens duidelijk maken aan alle manifestanten van de andere landen “dat het niet de straat is die beslist”, daarbij inbegrepen ook de landen van buiten de “Arabische wereld”.

Zondag 6 februari 2011 verschijnt Moebarak weer op de Egyptische staatstelevisie [12] aan het hoofd van zijn regering. Voor hem is nu nu het definitieve moment voor een “terugkeer naar het normale”. Veelbetekenend was dat die ochtend het de Beurs van Caïro en de handelsbanken zijn die als eerste voor een paar uur openen. Terwijl de manifestanten van het Vrijheidsplein die dag hun martelaren herdenken, beginnen al de “oppositionele krachten” te onderhandelen met, het moet gezegd, de vice-president van het regime, maar onder een enorm portret van Moebarak.

Al die lieden van het oude regime, die hun vest omkeerden om plotseling grote democraten te worden, geven de manifestanten een eerste les: democratieën kunnen iets doen dat geen enkele dictator zich kan permitteren: net doen alsof er geen burgerprotest bestaat. Het Egyptische leger was er mee begonnen de ruimte voor de manifestanten te verkleinen en Caïro leek het “normale leven” te hernemen.

Dinsdag 8 februari 2011 verklaart Suleiman dat er geen represailles zullen worden genomen tegen de manifestanten, wat weinig geloofwaardig is zolang hijzelf en zijn flikken-moordenaars nog op vrije voeten rondlopen.

Maar dezelfde dag, als de arbeiders het werk hernemen, wordt er een algemene staking aangekondigd. Het regime verhoogt onmiddellijk de lonen in de staatssector en de pensioenen met 15%. Prachtig! Maar het is opnieuw te weinig en te laat, want de inflatie in Egypte heeft de 18% bereikt.

En de manifestaties worden nog heftiger...

 

De zelf-organisatie van de arbeiders voor een andere wereld

 

We zijn met heel ons hart met de manifestanten als ze schreeuwen “Dictators rot op!” want achter die dictators staan hun corrupte regimes en de onderdrukking. En achter de regimes staan de grootmachten, die dezelfde dictators altijd hebben ondersteund terwijl ze zichzelf op de borst klopten als “verdedigers van vrijheid, democratie en mensenrechten”. Wij staan ook achter deze manifestanten voorzover ze het nooit zogenaamde politieke oppositiegroepen de gelegenheid hebben gegeven hun beweging te “stelen”. De manifestanten hebben niets te verwachten van die “oppositie” waarvan de leden al in de rij staan om een baantje in het regime te bemachtigen zodra de gelegenheid zich voordoet.

Wat de “grootmachten” verontrust is juist de afwezigheid van geloofwaardige oppositionele krachten, het resultaat van tientallen jaren van onderdrukking van iedere vorm van oppositie. De grootmachten vrezen de “machtsleegte” en ze ontdoen zich niet gemakkelijk van dictators zolang ze geen alternatief hebben gevonden dat ze uitkomt.

De manifestanten van Caïro hebben heel goed begrepen dat men geen vertrouwen kan schenken aan een leger dat onder staatscommando blijft staan; zelfs als veel soldaten, in tegenstelling tot het merendeel van hun officieren, een zekere sympathie aan de dag legden voor de manifestanten, hebben ze zich nooit met hen verbroederd [13] om zich bij de strijd aan te sluiten.

Gevaarlijk daarentegen waren de uitingen van “patriotisme”. Moebarak zelf is zonder veel twijfel altijd een voorbeeldige “patriot” geweest. Datzelfde geldt voor het volkslied dat door de manifestanten werd aangeheven onder dezelfde nationale vlaggen die altijd gebruikt zijn om arbeiders en arbeidsters tegen elkaar op te zetten in de vele oorlogen [14].

Geheel verkeerd zou het idee zijn dat het enkel gaat om een vraagstuk dat eigen is aan “de Egyptische bevolking”; en het is ook geen loutere “Arabische aangelegenheid”; het is fundamenteel een vraagstuk van het wereldproletariaat dat ertoe gedreven zal worden zich internationaal te verenigen om in staat te zijn fatsoenlijk te leven [15].

Deze beweging kon religieuze scheidslijnen overschrijden: islamieten, christenen en niet-kerkelijken hebben vreedzaam samen betoogd tegen het regime. Maar de gebeden die veel gebeurtenissen op het Vrijheidsplein beheersten, verborgen ook het veel fundamenteler onderscheid tussen sociale klassen. Ook Obama heeft voor de camera’s, gericht op een binnenlandse markt, gebeden voor een “goede geweldloze afloop van de gebeurtenissen”, en vooral in de hoop dat de situatie niet aan zijn controle zou ontsnappen.
Geheel verkeerd zou ook het idee zijn dat deze volksbeweging een “revolutie” zou zijn: de samenleving blijft diepgaand verdeeld in sociale klassen, de misère en de uitbuiting blijven; en als de politie de volgende keer wellicht iets minder hard slaat, dan blijft de onderdrukking om de belangen van de uitbuiters te verdedigen, gewoon op zijn plaats.

Uiteindelijk hebben “volksbewegingen” geen ander vooruitzicht dan het aanvaarden van de vervanging van de ene leidende kliek door een andere, zelfs als een nieuw regime ervoor is gewaarschuwd dat er grenzen bestaan aan de misère en onderdrukking die de bevolking bereid is te ondergaan.

Omdat er geen enkele werkelijk tegenmacht tot stand is gebracht, zijn het uiteindelijk “de ordetroepen” van de staat die beslissend zijn.
Dat wil zeggen, zolang de arbeiders zich niet melden in stakingen, met eisen gericht op uitbreiding en vereniging van strijd, met algemene vergaderingen, met stakingscomités en arbeidersraden die een geheel andere richting kunnen geven aan de samenleving als geheel. Aanvankelijk zal dat ongetwijfeld minder spectaculair zijn dan de volksbeweging in Egypte; maar hij draagt ook geheel andere beloften in zich.

Ondertussen kan de internationale bourgeoisie zich er nog niet al te veel over verheugen dat er nog niet al te veel arbeidersverzet is geweest in de landen van de kapitalistische grootmachten. Zo blijft het niet. De economische crisis zal ons er allemaal toe drijven te reageren..

8 februari 2011, Controverses

 

Uitgegeven door Controverses

Forum voor de internationalistische communistische linkerzijde

http://www.leftcommunism.org

leftcom@googlegroups.com

[1Er ontbreekt nog veel informatie. Er is bijvoorbeeld gerapporteerd, zonder veel detail, dat in het begin van de beweging in Egypte, de arbeiders in een fabriek in het zuiden van Caïro hun corrupte directie hebben verjaagd. Elders zouden er vele stakingen zijn geweest. We moeten ook niet vergeten dat er de laatste jaren belangrijke stakingen zijn geweest in Egypte.

[2Ter herinnering: het integristisch islamisme was een bondgenoot van de Verenigde Staten om de invloed van het Oostblok tegen te gaan, vooral in Afghanistan, de huidige basis van Al Quaïda. Daar staat tegenover dat toen de FIS de “democratisch verkiezingen” in Algerije in 1991 won dat uitliep op een militaire staatsgreep met steun van de Verenigde Staten. Toen ayatollah Ali Khamenei van Iran op 5 februari 2011 zijn zegen gaf aan de “islam-revolutie in Egypte”, werd die omschrijving de volgende dag formeel tegengesproken door de Egyptische Moslimbroeders, volgens wie het ging om een “revolutie van het volk, en niet een religieuze revolutie”. In tegenstelling tot de Amerikaanse voorwendsels hebben ze maar weinig van doen met Al Quaïda of het regime in Iran. Als ze de invoering van de Sharia verdedigen, de heilige wet van de islam uit de Middeleeuwen, dan staan ze nog niet bekend om het stenigen van overspelige vrouwen. En het is juist de steun van de grootmachten aan Nasser, Sadat en Moebarak geweest die ze populair heeft gemaakt in Egypte. De volksbeweging in Egypte is ondertussen de meest flagrante bestrijding van Al Quaïda en alle andere terroristen.

[3De oproep wordt gedaan door de “Jeugdbeweging van 6 april”, een netwerk aktief op Facebook en Twitter, met tienduizenden deelnemers, meestal geschoolde jongeren zonder enig politiek verleden. De gekozen datum was die van de nationale feestdag van de politie! Dit netwerk is opgericht in het voorjaar van 2008 om de arbeiders in El-Mahalla El-Kubra, een industriële stad, te ondersteunen toen die een staking voorbereidden. Dit netwerk verwerpt de benaming “politieke organisatie”.

[4Ondertussen, op 28 januari, met steun van de Moslimbroeders, kwam Mohammed Al Baradei (Nobelprijs voor de vrede) terug naar Egypte; hij stelt zichzelf heel bescheiden voor als nieuw staatshoofd, wat heftig wordt bestreden door de meeste manifestanten die weigeren zich te binden aan de één of andere “oppositionele kracht”.

[5Drie dagen later, 31 januari, wordt de NDP van Moebarak uit de Socialistische Internationale gegooid. Wat een solidariteit met een zusterpartij die onder vuur ligt!

[6Die dag werd het leger ook ingezet om het beroemde Nationale Museum te beschermen; de ‘gruwelijke’ manifestanten sloten zich aan bij de soldaten om een eind te maken aan het vandalisme.

[7De plunderaars zijn eerstens de aller-amsten: zij eisen “het recht te eten” op en vallen de winkeltjes aan die hun prijzen blijven verhogen. Maar het zijn vooral criminelen (wonderbaarlijke “ontsnapt uit de gevangenis” en anderen). Maar uiteindelijke zijn het de flikken van Moebarak die zichzelf ontmaskerd hebben als ware criminelen door de chaos te scheppen en te organiseren die Moebarak nodig had om een bloedige onderdrukking te rechtvaardigen.

[8Deze “wijkcomités” zijn vaak samengesteld uit proletariërs die zich verdedigen tegen de algemene onveiligheid. Maar het gaat ook om winkeliertjes die het weinige dat ze hebben verdedigen tegen degenen die in het geheel niets hebben.

[9De “Twee Miljoen” aangekondigd door Al Jazeera enkel voor die dag op het Vrijheidsplein was ruimschoots overdreven. Maar als we het totale aantal deelnemers tellen van alle manifestaties kunnen we zeker spreken van vele miljoenen.

[10De bijzondere afgevaardigde van Obama in Egypte, Frank Wisner, verklaarde op 5 februari 2011, na een ontmoeting met Moebarak, voor televisiecamera’s dat Moebarak “van groot belang was voor een ordelijke overgang”; Wisner werd vervolgens afgevallen door een zeer gecompromitteerd Witte Huis omdat die flapuit het in het openbaar had gezegd. Een dag eerder verklaarden twee over-trouwe bondgenoten van de Verenigde Staten, Silvio Berlusconi van Italië en Mark Rutten van Nederland, twee andere flapuits, precies hetzelfde tijdens de Europese top in Brussel. Waartoe dient WikiLeaks nog om staatsgeheimen openbaar te maken? Verraad aan de “vriend” Moebarak zou regionaal ernstige gevolgen kunnen hebben bij al die andere trouwe “vrienden van de Verenigde Staten”. Soms vergeten de grote en kleine machten het oude adagio: “Wij hebben geen vrienden, wij hebben louter belangen!”.

[11Hillary Clinton voelde zich 6 februari 2011 verplicht te verduidelijken wat “onze vrienden” in deze regio betekent: “de regeringen EN de bevolkingen”, vanzelfsprekend in díe volgorde. Twee dagen later verklaart ze openlijk dat Egypte Moebarak nodig heeft “voor een overgang naar de democratie”, maar op dat moment verklaart “haar vriend”, de sluipmoordenaar Suleiman, dat Egypte “nog niet rijp was voor de democratie”.

[12Een dag later werd er zelfs opstand aangekondigd onder het zeer “respectabele” personeel van de Egyptische staatstelevisie, in een poging de schande weg te poetsen daar ooit te hebben gewerkt.

[13Sinds begin februari zitten manifestanten voor en achter de tanks, en zelfs tussen de wielen, uit angst dat de militairen vertrekken, om ze over te laten aan de blinde woede van de “pro-Moeburak krachten” en vooral de geheime politie. Ondertussen hebben de manifestanten, vaak op gevaar van eigen leven, er alles aan gedaan om zich met de soldaten te verbroederen.

[14Andere voorbeelden van dit patriottisme: portretten van Moeburak, besmeerd met een Davidsster, die werden meegedragen, en die van een wel erg slechte smaak getuigden, maar toch werden toegelaten; datzelfde geldt voor de aanwezigheid van portretten van de voormalige dictators Nasser en Sadat.

[15Het valt bijvoorbeeld moeilijk in te zien hoe al die massa’s clandestienen in Egypte, toch wel erg benadeeld, deel zouden kunnen uitmaken van deze patriottische “Egyptische” beweging.